zaterdag 10 mei 2008

brief werkgroep Het Waartje aan raadsleden

Oudkarspel, 29 februari 2008

Geacht raadslid,

In één van de aankomende raadsvergaderingen zal de ontwikkeling van het terrein van PontMeyer en de naastgelegen polder op de agenda komen te staan. U zult dan, zo verwachten wij, een gelijksoortige presentatie van bureau Soeters en Van Eldonk te horen krijgen als de omwonenden van het gebied eerder tijdens een bewonersbijeenkomst op 6 februari jl. in Celavie te horen hebben gekregen. Dat betekent – kort samengevat – een uitermate positief verhaal, dat éénzijdig belicht wordt, op onderdelen benevens de waarheid is en haaks staat op het gemeentelijk beleid.

Het buurtcomité Behoud ’t Waertje e.o., een vertegenwoordiging van verontruste omwonenden, wil via deze brief graag een gemotiveerd tegengeluid laten horen.

U heeft ongetwijfeld kennis genomen van het feit, dat van de ruim tweehonderd aanwezige omwonenden op de bewonersbijeenkomst nog geen handvol de plannen ondersteunden. De conclusie van de avond was dan ook volstrekt helder: de omwonenden zijn tegen de voorgestelde ontwikkelingen op het terrein van PontMeyer en in het gebied ten zuiden daarvan (hierna: de zuidpolder).

Een door ons onder de direct omwonende gehouden enquête bevestigde deze conclusie nog eens. Van de circa 300 door ons verspreide enquêteformulieren werden er 280 ingevuld. Na telling bleek dat ruim 96 % van de respondenten tegen woningbouw op het terrein van PontMeyer en de zuidpolder is; minder dan 4 % is voor woningbouw (om exact te zijn: 6 respondenten zijn voor alleen woningbouw op het bedrijfsterrein en 4 respondenten kunnen zich vinden in woningbouw op zowel het bedrijfsterrein als in de zuidpolder).
De uitkomst van deze enquête die is gepubliceerd in het Langedijker Nieuwsblad van 5 maart jl., geeft in ieder geval een overduidelijke uitslag: er mag niet gebouwd worden!

De vele onderliggende bezwaren die de omwonenden op voornoemde bewonersbijeenkomst naar voren brachten zijn van politieke, planologische en (plan)inhoudelijke aard en importantie.
Wij hebben al deze bezwaren als volgt samengevat: (I) er is geen enkele planologische noodzaak voor de verplaatsing van het bedrijf noch voor de realisering van een woonwijk
(II) het woningbouwplan is in strijd met de geldende regelgeving en het beleid en (III) het woningbouwplan is onuitvoerbaar vanwege onder meer infrastructurele aspecten (m.n. de ontsluiting van de woonwijk) en is desastreus voor de natuur (m.n. ‘t Waartje en de zuidpolder).

Wij zullen deze drie hoofdbezwaren hierna achtereenvolgens toelichten.

I geen planologische noodzaak

PontMeyer wil het bedrijf dat thans is gevestigd aan de Dorpsstraat 818 te Oudkarspel verplaatsen naar Breekland.
Tijdens de bewonersbijeenkomst is onduidelijk gebleven wat de precieze redenen daarvoor zijn. Wat wel duidelijk is, is dat daarvoor in ieder geval geen enkele planologische noodzaak bestaat. De gronden waarop PontMeyer is gevestigd zijn ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Oudkarspel’ bestemd als ‘bedrijventerrein’. Het bedrijf van PontMeyer is daarin passend; het bedrijf voldoet aan alle daarin genoemde voorschriften. Ook voldoet het bedrijf aan de milieuwetgeving. De perikelen rondom hun milieuvergunning en de daarmee samenhangende verkeersdruk op de Dorpsstraat zijn enige jaren geleden met de realisering van de tweede ontsluiting die rechtstreeks aansluit op de Zaagmolenweg opgelost.

Het bestemmingsplan, de milieuvergunning en het terrein als zodanig bieden zelfs nog ruimte voor eventuele door het bedrijf gewenste uitbreidingen. Planologisch zijn er dus zoals gezegd geen belemmeringen voor het bedrijf om te blijven zitten waar het zit (of andersom gezegd, is er geen enkele planologische noodzaak om wel te verplaatsen).

Desalniettemin kiest PontMeyer er voor te willen verplaatsen. En PontMeyer wil aan de verplaatsing, zoals wethouder Koolaard tijdens de bewonersbijeenkomst meerdere keren opmerkte, “ook nog graag wat centjes verdienen”.

Dat is kennelijk dan ook de reden dat naast het achterblijvende bedrijventerrein ook de zuidpolder is betrokken bij het woningbouwplan.
PontMeyer wil om de verplaatsing exploitabel te krijgen – en daarbovenop wat extra centjes te verdienen – een woonwijk met rond de 350 woningen bouwen. Ongeveer 250 woningen op het bedrijfsterrein (voornamelijk sociale woningbouw; 52% van het totaal moet voor deze sector worden gebouwd volgens de gemeentelijke regels) en ongeveer 100 woningen in de zuidpolder (vrije sector woningen). Met name de woningen in de zuidpolder zijn financieel gezien uiterst lucratief.

De voorgestelde ontwikkelingen steunen derhalve vooral op financiële argumenten.
Maar dat is natuurlijk geen overwegende grond om mee te werken. Het gaat hier om een zware planologische ingreep, waaraan zwaarwegende planologische argumenten ten grondslag moeten worden gelegd. Die zijn er, zoals gezegd, niet.

Ook het door de wethouder genoemde werkgelegenheidsargument is bij een planologische afweging van ondergeschikt belang. Trouwens, in casu zal de werkgelegenheid bij PontMeyer volgens zeggen vanwege de verplaatsing sterk teruglopen. Bovendien is het nog maar de vraag of Top Joynt (10 medewerkers), die ook op het terrein van PontMeyer is gevestigd, zich op Breekland of elders in de regio zal vestigen of wellicht zijn bedrijfsactiviteiten stopt. Per saldo neemt de werkgelegenheid, hoe dan ook, alleen maar af.

Daarnaast is het rechtens niet mogelijk PontMeyer te ‘dwingen’ zich ook daadwerkelijk op Breekland te vestigen. De optie die het bedrijf heeft, hoeft het immers niet te verzilveren.

Logistiek gezien ligt het voor het bedrijf niet voor de hand zich (opnieuw) in Oudkarspel te vestigen. In Alkmaar heeft het bedrijf ook een vestiging van waaruit zij haar klanten – ook uit deze omgeving – goed kan bedienen.

II strijdigheid met regelgeving en beleid

Voor de gronden waarop het bouwplan is gesitueerd gelden 2 bestemmingsplannen.
De gronden van het bedrijfsterrein vallen binnen het bestemmingsplan ‘Oudkarspel’ en zijn daarin bestemd als ‘bedrijventerrein’. De gronden van de zuidpolder vallen binnen het oude bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ en zijn bestemd als agrarische grond.
Voor het landelijk gebied is echter op dit moment een bestemmingsplanherziening gaande. Ingevolge dit herziene bestemmingsplan hebben de gronden van de zuidpolder de bestemming ‘Uit te werken bestemming voor natuur en recreatie, ex artikel 11 WRO’. Een nogal cryptische omschrijving, maar de doelomschrijving van het artikel (bladzijde 35 van de voorschriften) zegt in heldere bewoordingen wat daaronder is te verstaan: “De als zodanig op de plankaart aangegeven gronden zijn bestemd voor de aanleg en het beheer van natuur- en recreatiemilieus met daarbij behorende infrastructurele, waterstaatskundige en additionele voorzieningen, bouwwerken, werken en werkzaamheden”.
En specifiek over omgeving ’t Waartje (bladzijde 37): “Het gebied ’t Waartje zal uitgewerkt worden ten behoeve van de natuur met op bescheiden schaal aan de randen routegebonden recreatie. Het uitwerkingsplan zal gericht zijn op een open gebied met weilanden en watergangen met natuurlijke oevers. De bestaande verkaveling zal daarbij uitgangspunt zijn. In het uitwerkingsplan zal tevens inhoud worden gegeven aan de gewenste ecologische verbindingszone langs het kanaal Omval-Kolhorn en ’t Waartje”.

Uit bovenstaande blijkt zonneklaar dat het woningbouwplan in strijd is met de vigerende bestemmingsplannen en – voor wat betreft het deel van het woningbouwplan dat ziet op woningbouw in de zuidpolder – ook met het op dit moment in procedure zijnde bestemmingsplan. Om medewerking aan het woningbouwplan te kunnen verlenen, zal de gemeente of de betreffende bestemmingen moeten herzien of daarvan vrijstelling moeten verlenen middels een zogenaamde procedure ex artikel 19, eerste lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).

De vraag is of dat in de rede ligt en ook juridisch haalbaar en houdbaar is.
Naar ons oordeel is dat niet het geval.

Op 4 december 2007, nog amper vier maanden terug, heeft de gemeenteraad - nota bene op voorstel van het college - het bestemmingsplan ‘Buitengebied en Koedijk’ vastgesteld. Daarin is de zuidpolder zoals gezegd bestemd als: ‘Uit te werken bestemming voor natuur en recreatie, ex artikel 11 WRO’. Daarmee heeft het gemeentebestuur onomwonden aangegeven wat zij voorstaat met de zuidpolder. Het bestemmingsplan is aansluitend ter goedkeuring naar gedeputeerde staten van Noord-Holland gezonden.
Er is geen enkele reden aan te nemen, dat gedeputeerde staten het bestemmingsplan, althans het onderhavige deel van het bestemmingsplan, niet zal goedkeuren. Het is in overeenstemming met zowel het provinciale en als gemeentelijke beleid en tegen (dit gedeelte van) het ontwerp-bestemmingsplan heeft niets of niemand een zienswijze ingediend. Alles wijst er dus op dat de zuidpolder uiteindelijk de bestemming krijgt die het behoort te krijgen: natuur en recreatie.

De toevallige omstandigheid dat PontMeyer de zuidpolder in eigendom heeft kan er niet toe leiden dat daarom deze polder ook bij de verplaatsing van het bedrijf moet worden betrokken. De zuidpolder heeft op geen enkele wijze binding met het bedrijventerrein. Het heeft een totaal andere bestemming, ligt in een ander bestemmingsplangebied (buitengebied, terwijl het bedrijfsterrein onderdeel uitmaakt van het stedelijk gebied) en het grenst er ook niet aan: bedrijfsterrein en natuurgebied worden gescheiden door een brede vaart.

Door het voorleggen van dit woningbouwplan schoffeert het college feitelijk de raad, nu de raad vier maanden terug duidelijk heeft uitgesproken wat zijn visie is op het gebied en deze ook heeft geformaliseerd door het vaststellen van het bestemmingsplan waarin die visie is vertaald.

Het college geeft daarnaast blijk van een duidelijk staaltje van volksverlakkerij. Nog geen vier maanden na een weloverwogen, democratisch genomen besluit van de raad meent het college een voorstel te kunnen presenteren aan raad en bewoners van Langedijk dat haaks daarop staat. Bovendien is het een ondoordacht en ongemotiveerd voorstel.

Juridisch gezien, klopt het ook van geen kant. Medewerking verlenen aan het plan betekent een flagrante schending van het rechtszekerheidsbeginsel. Geen bestuursrechter zal een besluit in stand laten, dat is genomen in strijd met dit beginsel van behoorlijk bestuur. Een burger moet er op kunnen vertrouwen dat een bestuursorgaan handelt volgens de regels van het recht en niet naar willekeur. Bovendien vereist de rechtzekerheid zo groot mogelijke zekerheid omtrent de inhoud en betekenis van die regels.

Een bestemmingsplan is een vorm van (lagere) regelgeving. Het geeft burgers rechten (om gronden te bebouwen en/of te gebruiken) en plichten (namelijk om deze gronden niet anders of niet te bebouwen en/of te gebruiken dan het bestemmingsplan voorschrijft). Daar kun je niet, amper vier maanden nadat ze zijn vastgesteld, weer van afwijken!

De goedkeuring van gedeputeerde staten die nog moet volgen is een voornamelijk procedureel vereiste. In de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening verdwijnt het goedkeuringsvereiste ook. Het nog ontbreken van de goedkeuring en het nog niet onherroepelijk zijn van het bestemmingsplan staat niet in de weg aan de gebondenheid van het gemeentebestuur aan de bestemmingsplanvoorschriften.

Ook voor wat betreft het deel van het woningbouwplan dat op het terrein van PontMeyer is geprojecteerd geldt dat het in strijd is zowel met het bestemmingsplan als met het gemeentelijk beleid. Het bestemmingsplan ‘Oudkarspel’ – dat overigens nog amper vier jaar geleden is vastgesteld en goedgekeurd – sluit woningbouw op het terrein van PontMeyer expliciet uit. Daar waar vervangende woningbouw voor bedrijventerreinen wel mogelijk is dit in het bestemmingsplan in de wijzigingsbepaling aangegeven. Het terrein van PontMeyer is niet als zodanig aangemerkt.

De redenen waarom het terrein van PontMeyer niet als zodanig is aangemerkt zijn evident en hiervoor reeds genoemd.
Het terrein ligt min of meer verscholen achter het dorpslint en ingebed tussen waardevolle natuurgebieden aan de zij- en achterkant. Een deel van het terrein zelf is ook ingericht als natuurgebied en als zodanig bestemd in de partiële herziening van het bestemmingplan “Oudkarspel” (vastgesteld door de raad op 5 februari 2008). Ook dat is reden om het bedrijfsterrein ongemoeid te laten.

Daar doet de ‘wijziging’ ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan, die kennelijk naar aanleiding van dit woningbouwplan in het vast te stellen bestemmingsplan is opgenomen plan, niets aan af.
In de toelichting bij de partiële herziening is – nu dus – de volgende passage opgenomen (paragraaf 2.1.2): “Indien de houthandel Eecen in de toekomst besluit te verhuizen, dan kan het huidige bedrijfsperceel ontwikkeld worden tot woongebied. Het perceel waarop de onderhavige herziening betrekking heeft, vormt dan een overgangsgebied naar het achtergelegen natuurgebied”.

Allereerst willen wij hierover opmerken dat de toelichting bij een bestemmingsplan geen normerende werking heeft. Er kunnen dus rechten noch plichten aan ontleend worden. In die zin is het dus feitelijk een loze opmerking. Ten tweede ziet de (correctieve) herziening helemaal niet op de bestemming bedrijventerrein; die bestemming wordt ook niet gewijzigd of herzien. Het gaat om een heel ander gebied, namelijk het achterliggende gebied van het bedrijfsterrein, dat moet worden uitgewerkt tot recreatie en groengebied. Een opmerking opnemen in (de toelichting van) het plan over gronden die geen onderdeel uitmaken van het plan zelf is, behalve een loze opmerking, naar onze mening ook misplaatst en misleidend.

Bovendien is de opmerking niet gestoeld op enig concreet vastgesteld beleid van de gemeente. Zo is een eventuele ontwikkeling van woningbouw op het terrein van PontMeyer niet opgenomen in het daarvoor geëigende instrument, namelijk de structuurvisie (vastgesteld op 21 maart 2000).
Ook in de woonvisie uit 2006 – die overigens vooral is bedoeld om inzicht te geven in de (bestaande) woningmarkt en de woonwensen van burgers – wordt het terrein van PontMeyer niet concreet aangewezen als potentiële woningbouwlocatie. In het hele document is een verwijzing naar het terrein van PontMeyer zegge en schrijven één keer te vinden. En nog verdekt ook (verkeerde aanduiding, namelijk als Eecen, en verstopt in een overzicht).
In het overzicht op pag. 47, getiteld “plannen waarvan de opzet nog niet definitief is of nog onbekend is” wordt onder nr. 15 “Overig” (Broekerveiling, Eecen) het terrein weliswaar genoemd, maar uit de bijbehorende kaart blijkt daarentegen dat daarmee – kennelijk – alleen de locatie Broekerveiling wordt bedoeld. Enige verwijzing naar het terrein van Eecen is op de bijbehorende kaart niet te vinden.

Nogmaals, uit geen enkel beleidsdocument van de gemeente blijkt dat het bedrijf zou moeten worden uitgeplaatst. En waarom zou dat ook moeten? Het bedrijf voldoet aan de bestemmingsplanvoorschriften en is niet milieu- en/of anderszins hinderlijk. Ook verkeerstechnisch geeft het bedrijf geen problemen.

Dat laatste ligt voor een woonwijk van 350 woning echter heel anders. De infrastructuur ter plaatse is daar niet op berekend en/of op toegerust. Dat brengt ons meteen op het derde bezwaar.

III onuitvoerbaarheid van het woningbouwplan

De bouw van 350 woningen betekent dat het aantal verkeersbewegingen ter plaatse met circa (7 x 350 =) 2450 bewegingen per etmaal toeneemt: globaal 1750 ten gevolge van de ontwikkelingen op het bedrijfsterrein van PontMeyer en globaal 700 ten gevolge van de ontwikkelingen in de zuidpolder.

De bestaande ontsluitingen zijn verre van toereikend om deze toestroom te verwerken.

Ook kan de infrastructuur ter plaatse niet zodanig worden aangepast dat deze ‘tsunami’ aan verkeersbewegingen wel zou kunnen worden verwerkt. Althans, niet zonder het nemen van rigoureuze, onwenselijke maatregelen. Maar die zijn tevens in strijd met het gemeentelijk beleid dat het verkeersluw maken van de Dorpsstraat voorstaat.

Ook is er geen enkele behoefte aan nieuwe bouwgrond.

Dat is wat anders dan de behoefte aan – met name betaalbare – woningen. Het tekort daaraan heeft echter hele andere oorzaken. Het zou de wethouder gesierd hebben daarover objectiever te berichten. Maar dit terzijde.

In Langedijk zijn volop gronden voorradig die benut kunnen worden voor woningbouw en die geen bijzondere waarde hebben, zoals de zuidpolder en de randen van het bedrijfsterrein die wel bezitten.

’t Waartje maakt onderdeel uit van de zogenaamde ecologische hoofdstructuur. Dat is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur (plant en dier) in feite voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen.

’t Waartje en met name de riet- en oeverstroken zijn belangrijke verblijfs-, broed- en foerage- plaatsen voor allerlei watervogels.
De ‘uitlopers’ van ’t Waartje, de zuidpolder en het beboste deel van het bedrijfsterrein zijn belangrijke verblijfs-, broed- en foerageplaatsen voor allerlei andere (weide)vogels. Ook zeldzame en beschermde vogels komen hier het jaar rond voor.
Het is evident dat de voorgestelde ontwikkelingen funest zullen zijn voor dit bijzondere gebied. Alle mooie maatregelen, die de ontwikkelaar ons voorspiegelde, zullen die teloorgang niet kunnen voorkomen. Het effect dat een woonwijk met 350 woningen heeft op zijn omgeving zal het waardevolle en onvervangbare natuurgebied ’t Waartje onherstelbare en onomkeerbare schade toebrengen.

Tot slot heeft de zuidpolder ook nog een

belangrijke maatschappelijke functie. De enige ijsbaan die Langedijk heeft is hier gelegen. Met de ontwikkeling van de zuidpolder tot woonwijk zou ook de ijsbaan verdwijnen. Doodzonde.

Conclusie

De verplaatsing van het bedrijf ontbeert elke planologisch noodzaak, omdat het bedrijf voldoet aan alle regelgeving. Verplaatsing gaat daarnaast ten koste van werkgelegenheid.
Het financiële gewin dat PontMeyer met de ontwikkelingen (mede) op het oog heeft, is geen overwegend argument bij de planologische beslissing.

Het woningbouwplan is in strijd met gemeentelijk en provinciaal beleid en regelgeving.
Medewerking verlenen aan het plan leidt tot een flagrante schending van het rechtszekerheidsbeginsel (juridische implicatie) en volksverlakkerij (politieke implicatie).

Het voorgestelde woningbouwplan is onuitvoerbaar vanwege infrastructurele belemmeringen en de belasting op de rondom aanwezige, bijzondere en zeer hoge natuur en ecologische waarden .
Een woonwijk – ook een kleinschalig woonwijkje – heeft een totaal andere uitstraling op zijn omgeving dan een bedrijventerrein. Een bedrijventerrein / bedrijf is meer ‘in zichzelf gekeerd’, een woonwijk (lees: de bewoners) daarentegen is veel meer naar buiten gericht. Het omliggend natuurgebied – dat thans een relatieve rust kent en ongestoord is – zal door wandelende, spelende en varende bewoners als het ware bij hun achtertuin worden getrokken. Dat is logisch en begrijpelijk, maar – wij benadrukken dat nogmaals – het is voor de flora en met name de fauna van het natuurgebied funest.

Bovendien gaat een bedrijf(sterrein) en een belangrijke maatschappelijke voorziening (de ijsbaan) verloren.

Gelet op vorenstaande kan niet anders worden geconcludeerd dan dat geen medewerking aan de plannen mag en kan worden verleend. Wij doen als omwonenden dan ook een appél op u en alle andere raadsleden NEEN tegen de voorgestelde plannen te zeggen.

Overigens bevreemdt het ons dat u als raad tot nu toe nog niet bent gekend in dit ambitieuze en verstrekkende bouwplan, maar dat het college ervoor heeft gekozen eerst de burgers te informeren en naar hun mening te vragen om daarna pas de raad om zijn mening te vragen.

Inmiddels is trouwens al weer heel wat tijd verstreken, zonder dat er enige actie en/of reactie is gekomen vanuit het college op het plan van PontMeyer en/of om de ontstane onrust bij de omwonenden – enigszins – weg te nemen. Behalve de acties die wij als buurtcomité ondernemen (enquête, reacties in het Langedijker Nieuwsblad), blijft het opvallend stil.

Wij verzoeken u daarom dan ook de behandeling van het plan van PontMeyer zo spoedig mogelijk te agenderen om duidelijkheid richting plannenmaker én omwonenden te verschaffen. Wij van onze kant hopen in ieder geval u met onze brief voldoende overtuigd te hebben NEEN tegen de voorgestelde plannen te zeggen. In de eerstkomende vergadering van uw partij willen wij onze brief ook graag mondeling toelichten. Wij zouden een uitnodiging daartoe zeer op prijs stellen.

Tot slot willen wij alle raadsleden uitnodigen voor een bijeenkomst ter plaatse. Zodat u met eigen ogen kunt zien en zelf kunt ervaren welke rust en schoonheid dit fantastische gebied uitstraalt. Een gebied dat nooit verloren mag gaan!

Met vriendelijke groet,
namens het comité Behoud ‘t Waertje e.o.,

mr. P.J.M. Hink,
Dorpsstraat 776
1724 NS Oudkarspel

Geen opmerkingen: